Belangrijke stedenconcentratie in de Middeleeuwen
In de late Middeleeuwen waren er niet zoveel grote steden. Twee heel belangrijke concentraties van steden
bevonden zich in Italië... en Vlaanderen. Wie heeft er niet gehoord van het historische Brugge, het oude Gent, de imponerende havenstad Antwerpen, van universiteitsstad Leuven, van Mechelen en natuurlijk Brussel.
Net als in Italië zijn ook de Vlaamse steden verrijkt met de symbolen voor de burgerlijke vrijheid: raadhuizen en belforts. Al deze steden waren niet altijd elkaars beste vrienden. Vooral de lakenhandel zorgde voor nogal wat wantrouwen onderling. In de tijd van de Bourgondische hertogen bleven de Vlaamse steden bloeien: Mechelen kreeg een Groot Parlement en Brugge klom op tot kunstzinnige hofstad.
Rijke cultuur
Bijna elk van de Belgische kunststeden, inclusief Namen, leent zich als citytrip. Alleen zijn Leuven en Mechelen wel sneller bekeken dat Brussel of Antwerpen. Brugge, op zichzelf weer kleiner dan Gent met z’n ridderlijke Gravensteen, is een verhaal apart.
Hier heeft de gotische bouwkunst zo’n fraaie encyclopedie van gevels nagelaten dat u blijft kijken. Bovendien is de hele binnenstad (het ei, vanwege de eivorm) ook qua stadsstructuur (pleinen, de ‘reien’ ofwel de grachten) nog heel intact. Naast deze ‘kustgotiek’ van Brugge is er de Brabantse gotiek van Brussel, Leuven en Gent. Diverse steden hebben kunstmusea waarin de Vlaamse primitieven worden geëtaleerd maar ook latere grote schilders zoals Pieter Paul Rubens, de barokgigant van Vlaanderen, worden benadrukt (Antwerpen). De Vlaamse tapijttraditie, de beeldhouwkunst maar ook het kantklossen en het maken van chocolade zijn allemaal in de Vlaamse steden terug te vinden. Bovendien heeft elke stad zijn eigen ‘handtekening’; voor Brussel zijn dat er ongetwijfeld een paar en eentje is de signatuur van Victor Horta, de man die België zijn ‘eigen’ art-nouveau gaf (schitterende panden in Brussel).