Landbouw
De provincie Noord-Brabant bestaat voor een groot deel uit zandgronden. Deze zijn van nature ongeschikt voor landbouw. Het was dan ook armoe troef op het Noord-Brabantse platteland. Zeker in het zuiden; de Kempen behoorde zelfs tot de armste streken van Nederland. De boeren hadden kleinschalige, gemengde bedrijfjes. Bemesting van de schrale akkertjes vond plaats door schapen, die graasden op de uitgestrekte heidevelden. Vandaag de dag geven die kleine boerenbedrijven de provincie juist haar gemoedelijke aanzien en sfeer. Veel dorpskernen zijn zelfs aangewezen als beschermd dorpsgezicht.
Cultuur en plezier
De Noordwesthoek en het Markizaat richten zich met succes op de waterrecreatie, terwijl langs de Maasoevers kundig gerestaureerde vestingsteden als Willemstad, Heusden en Grave steeds meer dagjesmensen trekken. Ook van de vroegere uitgestrekte heidegebieden is gelukkig een flink areaal bewaard gebleven.
Drommen wandelaars komen af op de zandverstuivingen, de heide, de vennen en de ongerepte veenmoerassen. Voor fietsers zijn er diverse bossen, bijvoorbeeld bij Breda en Sint-Anthonis, en ook langs de oevers van de Maas, de Dommel en de talrijke vaarten lopen mooie fietspaden. Kinderen vinden het prachtig om een dagje met de huifkar op stap te gaan.