Schitterende berggebieden
De Franse Alpen zijn vergelijkbaar met Nederland, maar alleen als het om het totale oppervlak gaat. Dit is Frankrijk op zijn grootste hoogte met de druk bezochte Mont Blanc (4810 m) als boven alles uitstekende grenspaal met Italië en Zwitserland.
Veel bergdalen zijn culturele linten in een bergland dat ongenaakbaar, woest en in bijna alle gevallen overrompelend groot aandoet. De Franse Alpen liggen in twee bestuurlijke regio’s: Rhône-Alpes en Provence-Alpes-Côte d’Azur.
Het verschil in landschap wordt vooral veroorzaakt door het klimaat dat in de zuidelijke Alpen (zuidelijk van Die) net zo onbestendig is maar wel zonrijker. Drie nationale parken (Vanoise, Écrins en Mercantour) bewaken de ongereptheid van de bergen, u kunt er slechts te voet in doordringen en in berghutten (réfuges) overnachten met als beloning de volstrekte wildernis. Toegankelijker zijn de regionale natuurparken zoals de Vercors en Queyras.
Veel bergsport
De Franse Alpen worden niet alleen door alpinisten, trekkers, wandelaars, mountainbikers en watersporters (Meer van Genève, Lac d’Annecy, Lac du Bourget en Lac de Serre-Ponçon) bezocht. Door de vele kloven en steile wanden is ook canyoning er mode. En door het immer toenemende toerisme worden er de meest gekke sporten bedacht zoals op rolski’s over de de weiden racen (ski sur l’herbe).
De belangrijkste culturele steden zijn Grenoble, Annecy en Chambéry.
Sommige plaatsen zijn bijna geheel aan de bergsport gewijd (zomer én winter), bijvoorbeeld Chamonix. Vanouds onderscheidt men in de Franse Alpen twee historische regio’s, de Savoie en de Dauphiné. Beide hebben een erfgoed nagelaten dat u terug kunt vinden in schitterende barokkerkjes (het hele dal van de Maurienne), in kastelen en paleizen (Vizille) maar ook in kloosters (natuurpark La Chartreuse).