Een zeer bergachtig land
Slovenië is een zeer bergachtig land. Ruim 90 procent van het land ligt hoger dan 300 meter. In het noorden bereiken de toppen van de Julische Alpen hoogten boven de 2000 meter met als hoogste top de Triglav (2864 meter). Deze berg heeft zijn naam gegeven aan het nationale park Triglavski narodni dat bijna de hele Julische Alpen omvat. Het bekende bergmeer van Bled is de toegang tot het Triglavski narodni. In het zuidoosten is het landschap minder steil met heuvels en hoogvlaktes (1000-1500 meter). Het landschap in het zuidwesten is het bekendst vanwege het hier gelegen Karstgebergte. Hier zijn vele kalksteenformaties, in kalk uitgeslepen kloven en ravijnen en grotten te vinden. Het geologische begrip karstvorming is van dit gebied afkomstig. Een bekende toeristische attractie in de Karst zijn de grotten van Postojna. Dit grottencomplex bestaat uit indrukwekkende ondergrondse zalen en galerijen. In Slovenië zijn meer dan 7500 minerale bronnen te vinden.
Ridderburchten en pittoresk gelegen kerken
De meeste cultuur is terug te vinden in Ljubljana, verreweg de grootste stad van het land. Deze stad is qua architectuur met name sterk beïnvloed door de Italiaanse barok. Slovenië kent meer dan 200 musea. Het Nationale Museum in Ljubljana herbergt een indrukwekkende archeologische en historische verzameling. In het oorlogsmuseum van Kobarid, in 1993 uitgeroepen tot Europees Museum van het jaar, is veel te vinden over de sporen die de twee wereldoorlogen in het gebied hebben nagelaten. Bijzonder zijn ook de mijnbouwmusea van Idrija en Velenj. Uit de Romeinse tijd zijn het grafveld en het archeologische park van Šempeter het vermelden waard. Slovenië is een land van vele kastelen. Mooie voorbeelden zijn de kastelen van Bled, Predjama, Ptuj, Stari grad en Celje. In Sti?na.ligt een bijzonder cisterciënzer klooster. Een speciaal kenmerk van Slovenië zijn de eenzaam op heuveltoppen gelegen kerken. Ook apart zijn de met muren en vestingwerken omringde kerken die herinneren aan de tijd dat het land door de Turken werd bedreigd.
Veel eigen specialiteiten
De wijnbouw in Slovenië dateert reeds van 2400 jaar terug. Inheemse stammen hadden het wijn maken van de Grieken geleerd. Tegenwoordig zijn er drie wijnregio’s: Podravje, Posavje en Primorje. Hier komt een gevarieerd aanbod van zowel witte als rode wijnen vandaan. Slovenië kent een verrukkelijke keuken die zowel beïnvloed is door de Oostenrijkse als door de Italiaanse keuken. Struklji is een bekend uit boekweit en walnoten bereid gerecht. Een belangrijk onderdeel van de Sloveense keuken zijn kruidige worsten, salami en gerookte ham. Een ander Sloveens gerecht is kislo zelje, een gerecht met zuurkool. In de berggebieden is de Pohorje, een omelet met bessen erg populair. Het nationale nagerecht is de potica, een met noten en rozijnen gevulde cake. Ook goulash en gegrild vlees komen vaak voor op de menukaarten van de Sloveense restaurants. Ljubljana heeft zijn eigen lekkere bier.
Een nog jonge staat
Reeds in de steentijd woonden er mensen in het huidige Slovenië. Keltische stammen bevolkten het gebied vanaf 400 voor Christus, waarna de Romeinen het gebied rond het jaar 0 veroverden. Nadat de Romeinen verdwenen waren, trokken in de zesde eeuw West-Slavische stammen, de voorouders van de Slovenen, het gebied binnen. In de Middeleeuwen ontwikkelden de gewesten Karantanija en Carniola zich tot vrij zelfstandige provincies. Deze gebieden waren de voorlopers van Slovenië en maakten deel uit van de Habsburgse monarchie. Er ontwikkelde zich een Sloveens volksbewustzijn wat tot uiting kwam in diverse opstanden tussen de15e en 18e eeuw. Het gebied kwam tot bloei toen de streek in de 18e eeuw toegang kreeg tot de Adriatische zee. Na de eerste wereldoorlog werd Slovenië onderdeel van Joegoslavië. In 1991 riep Slovenië de onafhankelijkheid uit en op 1 mei 2004 trad Slovenië toe tot de Europese Unie.