Tientallen meren
Oostelijk van Salzburg ligt het fietsvriendelijke Salzkammergut met tientallen meren, ieder met een eigen karakteristiek en uitkijkend op berggroepen zoals de Dachsteingruppe en het Totes Gebirge. De rivier de Traun is de waterader van deze streek die ronduit schilderachtig is.
De druk bezochte Wolfgangsee, de beschermde natuur van de Fuschlsee en het diepste meer van Oostenrijk, de Traunsee, behoren tot het bekende merenschoon. Zuidelijk van Salzburg, 'over' het Duitse Nationalpark Berchtesgaden heen, vormt het Salzburgerland een minder uniforme eenheid van heuvels, bekkens, brede dalen en diverse bergketens. Aansluitend op het Duitse natuurpark wordt binnenkort een nieuwe Oostenrijks park opgericht: Nationalpark Kalkhochalpen.
U vindt in het Salzburgerland rustige berggroepen zoals de Loferer Steinberge maar ook de vrolijke hectiek van het winterse Glemmtal, een druk skigebied. Een van de beste manieren om de bergwereld van het Salzburgerland te verkennen is de Hochkönig Höhenweg te volgen (vanuit Dienten of Mühlbach).
'Witte goud'
Vooral het Salzkammergut heeft een historie die verhaalt van de winning van het ‘witte goud’ oftewel het zout. De grote mijn van Hallein leverde de heren van Salzburg genoeg op om kerken en paleizen neer te zetten. De zouttraditie wordt fraai verbeeld bij het Salzbergwerk Dürnnberg. Het zout was ook de belangrijkste reden dat een stad zoals Salzburg zich nu nog zo fraai kan presenteren, een barok- en muziekstad tegelijk. In feestelijk decor komen de monumenten naar voren tijdens de vermaarde Salzburger Festspiele als de Biergartens en Weinstube volstromen.
De kerkelijke heersers van Salzburg domineerden vroeger niet het hele Salzburgerland. De Habsburgers oefenden hun macht uit over het merengebied van het Salzkammergut. Naast het belangrijke Salzburg ogen ook steden zoals Hallein en Gmunden zeer mooi. Kuurplaats Bad Ischl in het merengebied staat ook hoog aangeschreven. Voor fietstoeristen heeft het Salzkammergut een netwerk van ca. 220 km aan gemarkeerde routes.