Drenthe

Drenthe charmeert door de rust. Het staat bekend om de heide en schapen en natuurlijk om de hunebedden. Dit oude land is al sinds de prehistorie bewoond. Tegenwoordig treft u er schilderachtige oude dorpjes en een paar interessante openluchtmusea.


Geschiedenis
Drenthe bestond oorspronkelijk uit een zandige heuvelrug, de Hondsrug, met daaromheen woeste heidevelden en veenmoerassen. De hoge gronden van de Hondsrug werden al vroeg bewoond. Hier ontstonden vanaf de 9e eeuw de voor Drenthe zo kenmerkende es- en brinkdorpen. Ze zijn nog altijd goed te herkennen: oude boerderijen rond een met bomen omzoomde brink en kronkelende weggetjes die leiden naar de akkers (essen). De beekdalen werden gebruikt als hooiland en op de uitgestrekte heidevelden graasde het vee.

Rondom de Hondsrug zorgde het 'bruine goud' (turf) honderd jaar lang voor een koortsachtige activiteit. De jacht op de brandstof bracht enkelen grote rijkdom; de veenarbeiders leefden echter veelal in grote armoede. Hoe zwaar hun leven was, kunt u aan den lijve ondervinden in twee openluchtmusea: het Veenpark in Barger Compascuum en De Zeven Marken in Schoonoord.

Hunebedden
De onherbergzame streken tegen de Friese grens waren ook ideaal voor het opvangen en heropvoeden van 'landlopers' en andere randfiguren uit de samenleving. Frederiksoord is zo'n werkverschaffingkolonie, waar overmatige drinkers moesten worden hervormd tot hardwerkende, vrome geheelonthouders.

Ook de strafkolonie in Veenhuizen werd bewoond door zwervers en kleine delinquenten. Deze periode leverde een interessant museum op.

Andere ‘wildemannen’ staan afgebeeld in de gemeentewapens van enkele Drentse dorpen. Deze wrede en barbaarse reuzen zouden volgens de legenden de hunebedden hebben gebouwd. In werkelijkheid waren het echter gewone boeren die de gigantische zwerfkeien gebruikten voor het maken van hun stenen grafkamers. Er zijn nog 52 hunebedden over in Drenthe. In het informatiecentrum in Borger komt u er alles over te weten.